Streven : De ControversiŽle Houellebecq - 04/99


DE CONTROVERSIňLE HOUELLEBECQ

Houellebecq behoort met FranÁois Bon, Marie Desplechin en Vincent Ravalec tot een nieuwe generatie auteurs die, aan de hand van thema's als werkloosheid, eenzaamheid en de ontnuchtering van het volwassen-worden, de geleidelijke ontaarding van het individu blootleggen. Zijn debuut Extension du domaine de la lutte (1994), is uitgegroeid tot een cultroman. Met ingehouden woede en nuchtere commentaar hekelt Houellebecq de bedrijfswereld. De personages - informatici die trouw naar de vergaderingen van hun filiaal gaan - zijn rijk nŰch beroemd. Het verhaal gaat over 'banale' situaties van hardwerkende mensen - kaderleden en secretaressen - die heel gewone moeilijkheden hebben. Maar dat is, vindt Houellebecq, niet minder interressant voor een roman. Enkele knarsende opmerkingen maken duidelijk wat de professionele en affectieve vooruitzichten zijn van dit hogerkaderpersoneel: een bestaan in dienst van het winstbejag, eendagsritten naar de verste uithoeken van het land, alleen nog relaties binnen het enge kader van de werkomgeving.Verschillende hiŽrarchische systemen zorgen voor ongelijkheid in de samenleving: rijkdom, schoonheid, intelligentie, of talent. Volgens de auteur zijn al deze normen als criteria te verwerpen De enige positieve onderscheiding die er bestaat, is goedheid. Maar, in het huidige systeem ligt de nadruk op erotische aantrekkingskracht en geld en dat brengt eenzijdigheid en verblinding teweeg.

Het jongste werk van Houellebecq, Particules elementaires (1998), heeft onmiddellijk een felle controverse uitgelokt onder meer in het tijdschrift van Flammarion, Perpendiculaire, dat in 1984 was opgestart om te rebelleren tegen het voorbeeld van Balzac en de psychologische traditie, om de heersende ideologieŽn te doen wankelen en om een diversiteit van teksten en identiteiten te bevorderen. In september nam het tijdschrift afstand van de roman van Houellebecq, die een deterministische levensvisie propageert het boeddhisme aanbeveelt als nieuwe godsdienst en het mannelijke geslacht als minderwaardig beschouwt. De personages verdedigen nogal provocerende opvattingen: ze zijn tegen abortus, beschouwen het racisme als een detail, en houden er theorieŽn op na die overblijfselen zijn van een slecht verteerd positivisme. Kortom, de redactieleden van Perpendiculaire, dat- Flammarion intussen heeft opgedoekt beschouwen het doemdenken van Houellebecq als een reactionaire denktrant. Ze verwijten hem dat hij een gecamoufleerde autobiografie op de markt heeft gebracht. Uit interviews is immers gebleken dat nogal wat standpunten van de personages door de auteur gedeeld worden. In zo'n geval is het boek geen allegorie of metafoor meer, geen fictie.

De voorspellingen over het uitsterven van het menselijk ras, de aanval op de hedendaagse kunst en de verdediging van de eugenetiek geven de roman een politieke draagwijdte. FranÁoise Giroud beschreef Houellebecq als een tekenend fenomeen voor de hedendaagse Franse literatuur, maar vroeg zich meteen af of dit wel een goed teken was. Zoals Bret Easton Ellis in American Psycho breng ik slecht nieuws, en men is zelden vergevingsgezind tegenover mensen die een weinig opbeurende boodschaap hebben, antwoordt Houellebecq. Hij voegt eraan toe dat zijn boek er toch maar voor gezorgd heeft dat een gŽneratie, een economisch systeem, een gemeenschap zich beschuldigd voelen, en dat was ook zijn belangrijkste bedoehng.

In Particules ťlťmentaires beschrijft Houellebecq, in de koele, ironische stijl die hem eigen is, een samenleving die op haar laatste benen loopt. Daarin zijn religie, natuur en liefde nog slechts epifenomenen. Zoals de titel het aangeeft, gaat de roman over een aantal ontwrichte individuen die toevalfig met elkaar opgescheept zitten en die geen echte onderlinge banden kunnen laten groeien. Als er toch zoiets als liefde of familiebanden ontstaat wordt het meestal vroegtijdig onderbroken door ziekte en dood. De twee mannelijke hoofdpersonages zijn elkaars tegenpolen. Ze hebben dezelfde flamboyante moeder, die hen na hun geboorte verlaat. Bruno heeft een materialistische levensvisie die hem uitlevert aan zijn seksuele fantasie. Het erdge inzicht dat hij op het einde van de roman verworven heeft is dat zijn voorliefde voor het materiŽle geert oplossing biedt in het aansdýjn van de dood. Het verblijf in de vakantiekampen geeft Houellebecq ruimschoots de mogelijkheid af te rekenen met de 'idyllische' waarden van mei '68: geloof in het collectieve, in de terugkeer naar de natuur, in een vrije beleving van religie, die zich, anno 2000, ontpopt als new age. Het tweede hoofdpersonage krijgt de voomaam van Houellebecq, Michel. Hij is een wetenschapper, positivist asceet die helemaal opgaat in zijn onderzoek in de celbiologie. Hij ontdekt een techniek van genetische manipulatie, waardoor het mogelijk wordt uit elk soort levend wezen een ras te ontwikkelen dat zich vermenigvuldigt en bovendien onsterfelijk is. Het laatste deel van het verhaal speelt zich af in de toekomst. De natuurlijke voortplanting heeft plaatsgemaakt voor een klonen dat van de mens een god maakt. De geschiedenis zou, volgens de auteur, uiteenvallen in drie tijdvakken: dat van het geloof in het christianisme en andere religies, vervolgens dat van het geloof in de wetenschap, en uiteindelijk de tijd van de genetische revolutie.

Typisch voor de hedendaagse roman is het einde van Particules ťlťmentaires, dat vrede neemt met de utopische voorstelling van een mutatie van de huidige mens in een perfecte mens. Deze roman, die van ailes is teruggekomen, mondt uit in een brave new world, op de grens van sciencefiction en fantastiek. Het lijkt wel of Houellebecq vindt dat de mens in de huidige omstandigheden toch niet gelukkig kan worden, en dat hij daarom maar moet instemmen met zijn eigen verdwijning. De auteur analyseert met een scherpe blik de problemen van zijn eigen tijd, maar zijn zwartgalligheid leidt tot niets anders dan een utopie die heel wat vragen oproept. Waar is een perfecte mens voor nodig? Is het wenselijk onsterfelijk te zijn? Deze vlucht naar de toekomst treft men overigens ook bij andere schrijvers aan. Zo maakt Amelie Nothomb in Peplum (1996) de balans op van het jaar 2580.

De sociobiologische terminologie, die gepaard gaat met een drang naar perfectie, doet meteen vragen rijzen omtrent de politieke draagwijdte van de roman. De auteur blijft erg vaag en geeft, in tegenstelling tot zijn personages, geen duidelijke argumenten. Daardoor spreken sommige lezers van een nieuwe 'rechtse roman. De auteur zelf veegt deze kritiek van tafel, en beweert dat hij niet achteruit wil of kan, maar dat hij juist probeert te anticiperen op de geschiedenis. Zo noemt hij zich een 'choquerende progressist'. Hij herhaalt dat hij elke vorm van integrisme verafschuwt, maar ook het feminisme, rappers, de Weense actionisten, Nietzsche en de ecologie. Kortom, te veel om op te sommen en vaak erg uiteenlopende ideeŽnstromingen. Alleszins is Houellebecq erin geslaagd de gemoederen op te winden. Een schrijver kan dus nog wel iets uitlokken bij het publiek.

Wie het neurobiologisch gedachtegoed onderschrijft, maakt van het individu de som vlan zijn bestanddelen. Vrijheid wordt een illusie. Houellebecq vraagt zich af: 'Waaruit bestaat het specifieke van een mens? Is het de marder waarop hij verlangt, nadenkt positie kiest?' Wat iemand denkt is echter meestal wat de anderen denken. Eeri brutale, diepgaande verandering door een uitgesproken persoonlijke aanpak van de werkelijkheid komt nauwelijks voor. Het is alleen maar in zijn omgang met de eigen dood dat een mens vandaag nog een zekere individualiteit gegund wordt.

Met zijn rauwe woordenschat en klinische beschrijvingen plaatst Houellebecq zijn personages in de rol van proefdieren. Ze dienen als hypothese binnen experimenteel onderzoek. Je hoort de auteur bijna onopgemerkt situaties en rampscenario's verzinnen - 'Stel nu dat dit personage kanker krijgt... Stel nu dat de moederfÓguur sterft...'-, en daardoor krijgt het geheel een deterministisch karakter. De roman moet volgens de poŽtica van Houellebecq, allerlei vormen van menselijke kennis integreren: wetenschap, filosofie, politiek. Het boek moet zo ruim zijn als de mens. Theoretisch materiaal moet evengoed als 'roman' kunnen gelden. Literatuur kan pas getuige zijn van de eigen tijd in de mate dat ze openstaat voor de wereld.

De schrijver moet dus een staalkaart bieden van de heersende onzekerheden: 'Hou de vinger op de wonde, en druk heel hard'. Leg alle nadruk op ziekte, pijn en lelijkheid. Spreek over de dood [...]. Wees verwerpelijk en je zal een zekere waarheid bereiken'. Naast deze klinische ontleding van de menselijke geest, deze droge, vaak cynische analyse, is er van tijd tot tijd ook plaats voor een lyrisch, pathetisch register. In Extension du domaine de la lutte was de verteller bijzonder duidelijk over wat hij met zijn schrijfstijl wilde bereiken. Niet de subtiele, psvchologische beschrijvingen zijn voor hem van belang. Tekenende portretten en rake typeringen zijn overbodig. Het boek moet voortaan details overboord gooien en zonder omwegen de problemen van elke daag weergeven : de uniformiteit van menselijk contact dat steeds moeilijker wordt. Dit laatste maakt dat een auteur nauwelijks nog lekkere anecdotes kan vertellen. Hoe kun je immers nog over een opwindende 'passie' schrijven, die zich uitstrekt over meerdere jaren en gevolgŤn heeft voor verschillende generaties, als er in de maatschappij alleen maar onverschilligheid heerst?

Houellebecqs poŽtica die openstaat voor allerlei vormen van kennis integreert ook verschillende literaire genres. In Particules elementaires staan poŽtische stukken die een soort koorzang vormen naast de plot :

We kunnen vandaag naar de geschiederlis van het materialisme luisteren als naar een oud, menselijk verhaal.
Het is een droef verhaal, en toch zullen we het niet echt pijnlijk vinden.
Want we lijken niet ineer op die mensen.
Geboren uit hun vel en uit hun verlangen,
hebben we hun categorieŽn en hun overtuigingen verloochend.
We kennen hun vreugde niet, we kennen niets van hun lijden.
We hebben
met onverschilligheid en
zonder enige moeite
hun universum van de dood uit de weg geruimd [...]

Houellebecq beweert dat hij poŽzie schrijft om de ervaring van afwezigheid uit te drukken. Het is eigenlijk nog de erýge manier van spreken die niet weerlegd kan worden. PoŽzie heft contradicties op, of integreert ze. Hierdoor komt het gedicht heel dicht bij de klaagzang of de schreeuw te staan. Toch is het de enige vorm van taal die nog kan verwijzen naar de werkelijkheid. Zolano, de dichter zich beperkt tot een lyrische uitroep, blijft hij bij de waarheid Houellebecq voegt eraan toe dat als zijn romans al een 'boodschap' hebben, het een ininimale vaststelling is: 'In het midden van de jaren neoentig heeft iemand de oorsprong aangevoeld van een intens, algemeen, monsterlijk gemis. Omdat hij niet in staat was dit fenomeen helder te verklaren, heeft hij ons, als blijk van zijn onvolmaaktheid, enkele gedichten nagelaten'. Houellebecq wordt een overdreven manicheÔsme verweten. Particules ťlťmentaires zou over twee werelden gaan: de eerste is de ons allen bekende wrede, onverschillige, rationele leefruirnte; de andere is een niet haalbare utopie die een en al vrolijkheid, geluk en harmonie uitstraalt. Tussen deze twee mogelijkheden in ligt er niets. Als je poŽzie benadert als een genre dat zich verzet tegen alle binaire, rationele constructies, als een schrijfstijl die de mogelijkheid biedt aan alle nuchtere logica te ontsnappen, dan komt zij, als je sommige critici mag geloven, niet volledig tot haar recht in deze roman. Zelfs dood en liefde worden gefnuikt door koele, analytische beschrijvingen van Houellebecq.

Een constante is wel de kritiek op het liberalisme en de geest van mei '68. De auteur reageert tegen de geŽrotiseerde publiciteit die voortdurend het verlangen prikkelt, terwijl tevredenheid en geluk in onze maatschappij alleen nog in prive-kring mogelijk zijn. Het heersende discours zet de mens onder druk: 'Jij moet verlangen. Jij moet aantrekkelijk zijn. Jij moet deelnemen aan de concurrentie, de strijd, het leven in deze wereld. Als je daarmee ophoudt besta je niet meer'. In een schrijfstijl die de indruk van geblaseerdheid wekt rijgt de auteur beelden van eenzaaniheid en frustratie aan elkaar. Toch wil de roman niet in nihilisme blijven hangen. De schrijver merkt overi-ens op dat, terwijl Pascal zich nog door de stilte van de oneindige ruimte kon laten afschrikken, er nu meestal geen stilte meer is, en zelfs geen leegte of geen ruimte meer.

Houellebecq weigert de orthodoxe, politiek correcte houding, maar dat brengt ook een aantal veralgemeningen mee: zo zou seksuele vrijheid zorgen voor een ongeremde wreedheid, de serial killers van vandaag zijn de kinderen van de hippies van gisteren. Het hoofdpersonage krijgt de naam 'Dzerjinksi' mee, onder Lertin de organisator van de politieke politie en het hoofd van het economisch bestuur. De vraag is dan: waar wil Houellebecq met dat soort spelletjes heen? Welke alternatieven biedt hij om uit het sombere landschap dat hij afschildert weg te raken?

Een positieve inzet lijkt nodeloze moeite. Dzerjinski voelt geen verlangen meer en blikt terug op de niet ingeloste beloftes van zijn leven. Even kijkt hij naar een foto van hernzelf als kind, op een schoolbank, boven een open schrift Het kind kijkt de fotograaf lachend aan, vol vertrouwen in de toekomstinogelijkheden die kennis hem zal opleveren. Het staat klaar om de wereld te onderzoeken en er zijn plaats in te ontdekken. Maar later zal blijken dat het kind zich ondanks zijn gave en talent helaas helemaal heeft vergist.

 

Fermer la fenÍtre